EPICURISME EN STOA I   |   OPVOEDING II   |   VROUWEN III   |   GEBRUIKEN IV   |   GODSDIENST V   |   POLITIEK VI   |   PSYCHOLOGIE VII   |   TAFELGESPREKKEN VIII   |   BIOLOGIE EN NATUURKUNDE IX   |   LITERATUUR, MUZIEK X



PLUTARCHUS MORALIA DEEL II

OPVOEDING, ONDERWIJS, STUDIE EN VRIENDSCHAP

Dit deel omvat de volgende werken:

-De opvoeding van kinderen                   

-Hoe de jeugd de literatuur dient te bestuderen           

-Hoe te luisteren                                 

-Hoe men een pseudo-vriend van een echte vriend kan onderscheiden                      
-Hoe iemand kan weten dat hij vorderingen maakt op het gebied van de deugd      

-Hoe kun je van je vijanden profiteren           

-Multi-vriendschap                           

-Het toeval                               

-Deugdzaamheid en misdadigheid                           

-Gezondheidsvoorschriften                       

ISBN 9789080447523   215 pgs.      € 20,55    Bestellen




Inleiding:  

'The statement is not infrequently made in histories of Greek Literature that Plutarch is the one Greek author, whose work is improved by being translated. Those who make or repeat this statement ought to be condemned to keep company with Sisyphus and the Danaïds, and to spend their time in the futile attempt to demonstrate how such a statement can be true.' Aldus F.C.Babbitt in de inleiding van zijn editie van de Moralia van Plutarchus, deel I. (Loeb Classical Texts).
De bewering als boven bedoeld is toch waar, in die zin, dat Plutarchus' werk op zich zelf niet door een vertaling verbeterd wordt, maar dat de appreciatie van zijn werk pas mogelijk wordt in een goede vertaling en wel in de eigen taal. Zoals ik in de inleiding van mijn vertaling deel I (Tegen Epicurisme en Stoa) reeds heb opgemerkt is het Grieks van Plutarchus ook na vele jaren studie moeilijk te doorgronden en geeft zijn werk pas voldoening bij vlotte lezing. Dan blijkt pas hoe grappig hij kan vertellen, welke fraaie citaten en vergelijkingen hij altijd weer paraat heeft en wat de waarde is van zijn filosofische gedachtengoed.
Filosofie is namelijk het sleutelwoord in de gehele Moralia. Alle facetten van het leven, allerlei wetenschappelijke thema's worden door hem behandeld, maar uiteindelijk staat alles onder de paraplu van de filosofie. Dat geldt ook voor de essays in deze uitgave. Of het nu pedagogiek, vriendschap, gezondheid, onderwijs of literatuur betreft, de filosoof Plutarchus spreekt op al deze gebieden zijn woordje mee.

  De opvoeding van kinderen

Algemeen wordt aangenomen, dat dit essaya niet door Plutarchus geschreven kan zijn. Daarvoor zouden interne en externe bewijzen bestaan, weergegeven in de editie van Wyttenbach. Het aardige van het vertalen van Plutarchus is, dat je allengs een idee krijgt van de stijl van Plutarchus. In de noten bij dit essay heb ik aangegeven, dat de interne bewijzen naar mijn mening geen steek houden en dat het werk wel degelijk van Plutarchus is. Ook A. Sizoo kwam in zijn proefschrift overigens al tot dezelfde conclusie.

  Hoe de jeugd de literatuur dient te bestuderen

Dit onderwijskundige essaya betreffende de bestudering van de literatuur staat ook in het teken van de filosofie. De rode draad van het stuk is dat de literatuur voor het normbesef van de jeugd gevaarlijk kan zijn en daarom enige begeleiding behoeft. Jongeren moeten leren bepaalde trucs van schrijvers te doorzien, teksten met elkaar te vergelijken, de versregels goed te interpreteren, op woordgebruik en betekenissen te letten en altijd kritisch te kijken naar de achtergronden van een theorie. Rationaliteit moet de basis zijn voor moreel juiste handelingen en die rationaliteit kun je soms overduidelijk, soms tussen de regels door in de literatuur terugvinden. Als de dichter iets amoreels opmerkt, moet je leren daarop te reageren en er iets anders voor in de plaats te stellen, dat wel met de normen strookt. Als je de literatuur zo aanpakt en aan de filosofie vastknoopt, haal je haar weg uit de sfeer van gewone verhaaltjes en fictie en kijkt de jeugd niet vreemd op, wanneer zij straks met echte filosofische leerstellingen te maken krijgt. Aldus dient de literatuur als inleiding op de filosofie.

  Hoe te luisteren

Was het vorige essay speciaal gericht op de jongere jeugd, laten we zeggen die van de basisvorming, dit essayb richt zich op de studenten die aan het universiteitsleven met zijn colleges gaan deelnemen. Het belangrijkste thema is, hoe je je als student in de collegebanken dient te gedragen.
Elke lezing, hoe saai ook, heeft namelijk wel iets waardevols te bieden. Daarom moet je elke spreker, die zoveel energie aan jou besteedt, met respect behandelen, je jaloezie en ambities temperen en geen minachting noch overdreven bewondering tonen. Je moet de spreker niet lastig vallen met onnozele vragen, maar ook niet uit verlegenheid goede vragen voor je houden.
Het is tenslotte zaak om met luisteren als goede basis je eigen intellect en wetenschappelijke instelling te ontwikkelen.

  Hoe men een pseudo-vriend van een echte vriend kan onderscheiden

Met een pseudo-vriend bedoelt Plutarchus niet de parasiet, die zich aan de tafels van de rijken te goed doet, maar een veel gevaarlijker sujet, die bij leidende figuren rondhangt en zijn weg naar binnen knaagt. Het grote punt is: hoe kun je zo iemand herkennen, die zich als een kameleon aan zijn omgeving aanpast. Plutarchus noemt verschillende methoden. Verander bijvoorbeeld eens plotseling van mening, kijk of hij het goede of het slechte gedrag van je imiteert, of hij valse complimenten geeft en de waarden op hun kop zet! Geef hem eens een oneerbare opdracht en kijk of hij het uitvoert.
Hierna bespreekt hij het begrip "eerlijkheid" en merkt op dat deze hielenlikkers vaak een misplaatste soort eerlijkheid gebruiken bij ongelukken en in treurige omstandigheden, terwijl dat alleen zou moeten bij foutief gedrag. Tot slot geeft Plutarchus een advies hoe je als echte vriend met eerlijkheid om moet gaan.a

  Hoe iemand kan weten dat hij vorderingen maakt op het gebied van de deugd

Centraal staat hier een idee uit de Stoa, dat de wijze in een flits van dom wijs en van ellendig gelukkig wordt, en dat daarbij van progressie geen sprake is. Het gehele leer- en onderwijsproces wordt daarmee afgeschaft en zinloos.
Plutarchus kan zich absoluut niet in deze gedachten vinden. Vergelijk zijn essays gericht tegen de Stoa.b
Ook dit essayc is evenals het vorige voor studenten bedoeld, aangezien Plutarchus hier praktische adviezen geeft om tot vorderingen in de studie te komen, zoals: zorg voor regelmaat, liefde voor je vak, eventueel verandering van studie in meer filosofisch getinte vakken en het omzetten van ideeën in daden. Uiteindelijk gaat het daarom: praktisch goed handelen.
Wie echte vorderingen heeft gemaakt zal zijn ratio op de kleinste deelgebieden gebruiken. Aldus toont Plutarchus aan, dat onderwijs en filosofie wel degelijk zin hebben, en verwijst hij het Stoïsche idee van het Plotselinge Inzicht naar de prullenmand.

  Hoe kun je van je vijanden profiteren

Een lezing over dit onderwerp is door Plutarchus in een brief aan Cornelius Pulcher, procurator van Achaia, omgezet. Het thema is bijna Christelijk van aard, zodat het al in de oudheid een populair werkje was. Zo bestaat er een Syrische vertaling of liever gezegd een parafrase uit de 6e/7e eeuw na Chr., bedoeld om 'een link te leggen tussen Griekse filosofie en Christelijke vroomheid.' (Nestlea)
Het nut van vijanden is velerlei: zij dwingen je behoedzaam te zijn, je leven fatsoenlijk en correct in te richten om hun geen handvat te bieden. De kreet 'Ken Uzelf' wordt realiseerbaar als je naar je vijanden luistert. Wie rechtvaardig en goed is, zal ook zijn vijand rechtvaardig en goed behandelen. (Bijna horen wij hier: keer hem je rechterwang toe!)  Van het succes van je vijand kun je zelf veel leren!b

  Multi-vriendschap

De Griekse titel is A,DÂ B@8LN48\"H.c Het Griekse woord 'filos' (en 'filia') is ruimer dan het Nederlandse 'vriend'. Het heeft ook de connotatie van 'geliefde' en 'familielid'.
De strekking van het essay is, dat wij door het steeds weer nalopen van nieuwe mensen de bestaande relaties verwaarlozen. Een intense band met meerdere mensen is zo goed als onmogelijk, omdat liefde hechting en versmelting in een intieme relatie suggereert. Het bezit van meerdere vrienden leidt zelfs tot jaloezie en vijandigheid, terwijl het vinden van één betrouwbare vriend al zo moeilijk is.

  Het toeval

Dit essayd begint met een versregel uit de atomistische hoek van de Epicuristen: alles is veroorzaakt door een toevallige botsing van atomen. Uiteraard verzet Plutarchus zich tegen deze gedachte en bewijst hij, dat verstand, inzicht, techniek en wijs beleid de mensheid hebben ontwikkeld en niet het blinde toeval. In dat opzicht verschillen mensen ook van dieren.

  Deugdzaamheid en misdadigheid

Dit is een kort essay met een inhoud die menig Christen geïnspireerd zal hebben.a Het leven wordt pas aangenaam, als de vreugde uit het hart komt. Een goed, vriendelijk karakter zorgt voor rust en evenwicht, terwijl een slecht karakter alles kapot maakt. Het middel om je karakter te vormen is de beoefening van de filosofie!

  Gezondheidsvoorschriften

Hoewel de titelb het misschien suggereert, is dit essay niet bedoeld als medische handleiding of een dieet-cursus, maar meer als een praktisch advies om rationeel met je gezondheid om te gaan. Ook hier staat de filosofie weer vooraan, omdat de filosoof niet als arts, maar als zelfstandige denker in staat is gezondheidsproblemen rationeel te bespreken. Bepaalde artsen echter, zoals Glaukon hier, moeten niets hebben van deze filosofen-artsenij en menen, dat ieder zich bij zijn eigen vak moet houden. Plutarchus kiest de filosofie echter als allesoverkoepelende wetenschap.
Een paar stellingen uit deze "dialoog": het Epicurisme kan met zijn hedonisme de gezondheid in de weg staan; men moet de signalen van het lichaam serieus nemen.
Speciale aandacht krijgt de lichaamsbeweging van filologen en taalgeleerden (cap. 16). Deze heren, die veelal met hun stem werken, hebben door te declameren, hardop te spreken (en te zingen!) een prima mogelijkheid via de beweging van de stembanden ziektes te voorkomen.
De Romeinse badcultuur en zeker koudwaterbaden zijn volgens de spreker niet echt aan te raden.
Wat voedsel betreft:  eet niet te veel calorierijk voedsel en niet te veel vlees.
Wat drank betreft: drink eens water in plaats van wijn!
Een wetenschapper of filosoof zal weinig tijd vrij maken om uitgebreid te dineren, maar als het moet, kun je zo'n diner met conversaties en discussies veraangenamen. (Vergelijk Moralia: Tafelgesprekken.)
Braakmiddelen en andere drugs zijn uit den boze, maar aan de andere kant moet je je niet op een al te pietluttig dieet vastpinnen.
Inertie en inactiviteit zijn helemaal slecht voor de gezondheid; een afwisseling tussen spanning en ontspanning is het beste.
Tenslotte: wie geestelijk actief is, moet ook goed voor zijn lichaam zorgen, omdat geest en lichaam een tweespan vormen, dat in balans moet blijven.

Mens sana in corpore sano!


Terug