EPICURISME EN STOA I   |   OPVOEDING II   |   VROUWEN III   |   GEBRUIKEN IV   |   GODSDIENST V   |   POLITIEK VI   |   PSYCHOLOGIE VII   |   TAFELGESPREKKEN VIII   |   BIOLOGIE EN NATUURKUNDE IX   |   LITERATUUR, MUZIEK X

PLUTARCHUS MORALIA III

VROUWEN, LIEFDE EN DOOD

BEVAT DE VOLGENDE DELEN:

Gesprek over liefde                        

Huwelijksadviezen                        

De liefde voor het eigen nageslacht

Troostbrief aan zijn vrouw                    

Troostbrief voor Apollonios                

De liefde tussen broers en zusters            

Kwaliteiten van vrouwen                    

Uitspraken van Spartaanse vrouwen            

Seksueel geweld        

ISBN   9789080447516 224 pgs.   € 20,55    bestellen


  Gesprek over liefde

Dit werk is in een dialoogvorm gecomponeerd, althans het begin ervan, waar Autoboulos, zoon van Plutarchus, het gespreksonderwerp introduceert. Hij zal zijn vriend Flavianus vertellen over een gesprek dat vader Plutarchus in zijn jonge jaren en zopas getrouwd met vrienden in het Erosheiligdom in Thespiai gehad zou hebben. Het werk is verder prachtig gestructureerd, aangezien tussen de gespreksrondes door een spannende intrige meespeelt. Een rijke jonge weduwe, Ismenodora, dertig jaar oud, is verliefd geraakt op de zeventienjarige Bakchon. Het verloop van deze intrige laat zien hoe Eros te werk gaat en ondanks het leeftijdsverschil zijn macht laat gelden.
Allerlei aspecten van Eros komen aan bod: er zijn vurige pleidooien voor zowel de homoseksuele relaties als de heteroseksuele liefde. Plutarchus' voorkeur gaat uiteraard naar de laatste vorm uit. De ontrouw, de wisselende contacten en het soms gewelddadige karakter van de homorelatie stuiten hem tegen de borst. Het Symposion van Plato is duidelijk de inspiratiebron voor Plutarchus geweest, terwijl ook diens Faidros en Menon (de anamnese-theorie) een rol spelen. Men kan wel opmerken dat er verschillen zijn tussen Plato en Plutarchus, daar Plato Eros als een demon, een intermediair tussen de zintuiglijk waarneembare en de denkbare wereld, ziet en Plutarchus meer als een god, maar daartegen kan worden ingebracht dat deze demon-gedachte door Diotima verwoord wordt en niet door Sokrates. Als Plato Diotima of Sokrates is, dan is hij kennelijk ook Agathon en Faidros, door wie Eros juist als een grote God wordt voorgesteld.
Plutarchus bestrijdt in deze dialoog veel epicuristische ideeën over seksueel genot en begeerten met behulp van stoïsch gedachtengoed, zoals dat naar voren komt uit opmerkingen van de Stoicus Antipater bij Stobaeus Florilegium LXVII, 25: 'Wie geen vrouw of kinderen heeft, dient de echte liefde niet. Andere relaties of emoties lijken op een groentesalade of soortgelijke zaken, die door nevenschikking bij elkaar komen, terwijl de liefde tussen man en vrouw lijkt op integrale mengvormen (J"ÃH 4' Ó8T< 6DVF,F4<), zoals die van wijn en water.' Wie deze dialoog en de andere werken in dit deel leest zal begrijpen dat Plutarchus zich in dit citaat goed kan vinden.
Flacelière suggereert dat Plutarchus deze dialoog ter ere van zijn vrouw Timoxena geschreven heeft na de dood van hun dochtertje. Al is dit niet te bewijzen, het idee is heel aantrekkelijk: het geeft meer reliëf aan de in dit deel samengebrachte werken!
Na een uitgebreide bespreking van Egyptische en platoonse ideeën over de liefde eindigt het stuk met een prachtig historisch verhaal over Sabinus en Empona ter illustratie van de kracht van de liefde tussen man en vrouw. Pal daarop volgt de ontknoping van de door het werk heen spelende nevenintrige: Eros wint!
Nog één merkwaardig punt wil ik hier noemen. Plutarchus zegt dat de zoon van Empona bij hem langs is geweest in Delfi. Dit is een anachronisme, wanneer je de tijdsetting in aanmerking neemt. Vader Plutarchus kan op het moment van dit gesprek, toen hij pas getrouwd en nog jong was, niet meedelen dat de zoon van Empona veertig jaar later in Delfi, waar hij als oudere man priester was, is langsgekomen! Volgens Flacelière is dit een bewust door Plutarchus toegepast anachronisme, een soort herkenningsteken voor kenners of een grapje, zoals hij dat in andere essays ook heeft toegepast.

  Huwelijksadviezen
Het huwelijk is een intrigerend onderwerp. De verschillende gebruiken onder de volkeren doen ons soms versteld staan of vervullen ons met afschuw. Het systeem van uithuwelijken of verkopen van de bruid stuit ons in het westen tegen de borst, terwijl een bruidsschat als financiële reserve voor de vrouw in andere culturen weer heel gewoon is.
Al in de oudheid vormde het huwelijk een punt van heftige discussie. In het Leven van Solon van Plutarchus (c.21) lezen wij dat Solon in zijn wetten het systeem van de bruidsschat afschafte met het argument dat een huwelijk geen handelscontract is met koopwaar als object, maar de bedoeling heeft in een liefdevolle en vriendschappelijke samenlevingsvorm van man en vrouw een gezin op te bouwen. Daarom is het voor de vrouw voldoende om drie jurken en persoonlijke bezittingen in het huwelijk in te brengen. Dat deze wetgeving na de tienjarige reis van Solon spoorslags zal zijn afgeschaft is waarschijnlijk, gezien het feit dat het bruidsschat-systeem ondanks officiële afkeuring op het platteland van Griekenland en Turkije nog altijd voorkomt.
De houding ten opzichte van het huwelijk varieert van land tot land, van eeuw tot eeuw maar ook naar gelang het milieu. Ten tijde van Plutarchus gold de Romeinse rechtsregel: 'Nuptiae consensu contrahentium fiunt: nuptiis filiam familias consentire oportet' (uit de Digesta van Salvius Julianus,100-170 n.Chr.)  De vertaling luidt: 'Het huwelijk vindt plaats door overeenkomst van de contractspartijen: de dochter des huizes dient met het huwelijk in te stemmen'). Volgens J.Carcopino waren de vrouwen in de keizertijd zeer geëmancipeerd. Vrouwen doen aan sport, spelen toneel en gaan mee op jacht. Pleegden Seneca en zijn vrouw Paulina niet samen zelfmoord, al werd de laatste nog net op tijd door vrienden van Nero gered?! In deze sfeer moeten wij ook het huwelijk van Plutarchus en Timoxena plaatsen, aangezien Plutarchus in Griekenland en Rome in de hoogste kringen verkeerde.
Dat Timoxena ontwikkeld en in de filosofie geschoold was, blijkt o.a. uit de Troostbrief aan zijn vrouw c.9 en uit c.48 van dit werk, waar Timoxena als schrijfster wordt opgevoerd van een essay (?) over luxe en waar Plutarchus de man adviseert om zijn vrouw in wiskunde, filosofie, natuurkunde  en astronomie te onderrichten en over allerlei ideeën met haar te discussiëren. Het huwelijk dient naast een lichamelijke vooral een geestelijke gemeenschap te zijn (zie de opmerkingen van Solon hierboven).
De moderne vrouw zal misschien haar neus ophalen voor veel van de door Plutarchus gegeven adviezen met name ten aanzien van de ondergeschikte rol van de vrouw binnen het huwelijk. Maar hoe kort pas is de gelijkwaardige positie van man en vrouw in de Nederlandse huwelijkswetgeving verankerd! Andere adviezen zoals ten aanzien van het 'vreemdgaan' van de man en de geestelijk gemeenschap van man en vrouw zijn van alle eeuwen. Het boekje is opgedragen aan Pollianus en Eurydike, die beiden (!) bij Plutarchus college gelopen hebben.

  De liefde voor het eigen nageslacht

Ook dit essay staat weer in het teken van de "revival" van het gezin als hoeksteen van de maatschappij. De gedachte achter het geheel is dat de Natuur ofwel de Voorzienigheid de ouderliefde (in de genen) heeft ingeschapen om de soort mens voor uitsterven te behoeden. In een tijd, waarin het familieleven tegen een gevaarlijke nihilistische en utilitaristische tendens in moest roeien en het kindertal dramatisch laag was, hetgeen de keizers vanaf Augustus dwong steeds weer scherpere gezinswetten uit te vaardigen en gezinnen speciale rechten te verlenen zoals het ius trium liberorum, voelde Plutarchus de drang om een tegenwicht te bieden tegen de in brede kring heersende gedachte dat de ouder - kindrelatie slechts een nuttigheidsaspect kende zoals de verzekering van de erfopvolging en de verwachting van een erfenis als beloning voor de verzorging van de oude dag. Zoals in de noten onder de tekst is aangegeven zijn het vooral de Cyrenaici die, omdat zij het genot als een totale bevrijding van smart zagen, elke relatie beoordeelden naar de nuttige opbrengst voor de eigen genotsbeleving.
Dit essay roept twee problemen op: wie zijn de filosofen die de theorieën verkondigen die in c.1 en 2 zijn vermeld en wat is nu precies de aard van het stuk? Helaas geeft Plutarchus niet duidelijk aan wie hij met die filosofen op het oog heeft. Het betreft de opvatting dat de mens is gedegenereerd en dat de zuivere natuur alleen bij de dieren te vinden is. Het thema 'leven volgens de natuur' is zowel bij de Stoa, het Epicurisme als bij de Cynici aanwezig. Ik meen, dat de Cynici aan het woord zijn, die de gedachte lanceren dat de mens is gedegenereerd door de cultuur en terug moet naar de natuur (Diogenes in de ton!), om van de dieren te leren wat de natuurlijke gevoelens en procedures zijn en dat zij de Stoa, het Epicurisme en de Cyrenaici respectievelijk om hun gevoelloosheid en hun materiële automatisme bekritiseren. Plutarchus acht dit "terug-naar-de-natuur" idee onzinnig. De natuur heeft juist met het oog op de vorming van een humane maatschappij aan de mens de liefde voor het eigen nageslacht als uitgangspunt meegegeven. Hij toont dit aan aan de hand van  de melkproductie bij vrouwen, die door de Voorzienigheid is ontwikkeld om de moeder-kindrelatie in gang te zetten.
Ten aanzien van het egoïstische genotsideaal van Epicurus moet nog worden opgemerkt dat hij over vriendschap en liefde ook andere geluiden laat horen, zoals: 'Je kunt beter iemand vinden om mee te eten, dan iets om te eten', omdat vriendschap een op zichzelf verkieslijk goed zou zijn. Daarmee haalt de Epicurist wel een irrationeel element binnen, aangezien hij door gedrag van vrienden zijn geluk niet meer rationeel in de hand heeft, maar kwetsbaar is geworden voor ongelukken, ontrouw, pijn en verdriet, hetgeen de ataraxia (onverstoorbaarheid) niet ten goede komt! Ik meen dat we het standpunt van Epicurus ten aanzien van vrienden ook door kunnen trekken naar de relatie ouders-kinderen zodat, wanneer het hebben van kinderen deel uitmaakt van je geluksbeleving, je wegens allerlei mogelijke noodlottigheden het geluk niet meer rationeel in de hand hebt. Ph.Mitsis heeft op deze inconsequentie in de leer van Epicurus ten aanzien van vrienden gewezen in zijn boek Epicurus' Ethical Theory: The Pleasures of Invulnerability. Volgens Schrijvers (Lampas 1998, 2) 'is het niet onwaarschijnlijk, dat Epicurus in de aanvangsperiode van zijn school tamelijk radikale uitspraken deed, uitgaande van het systeem van 'lust-kalkulatie', maar later de scherpe kanten heeft bijgeschaafd.' De (Epicurist) Lucretius ziet wel een begin van ouderliefde ontstaan in de oertijd:

 ...toen zij de door hen gecreëerde kinderen bekeken,
  toonde het menselijk ras voor het eerst een begin van verzachting.

Plutarchus staat m.i. dus wat al te negatief tegenover de opvattingen van Epicurus over de ouderliefde. Schrijvers noemt het essay zelfs 'in wezen anti-Epicureïsch', hetgeen weer te ver gaat. Zoals ik hierboven heb aangetoond, is het zeker anti-cynisch en ook anti-cyrenaïsch. Het is de Voorzienigheid, de goede orde, 6"8Î< van Plato, dat als zo vaak bij Plutarchus centraal staat.
Het tweede probleem betreft de aard van het stuk. Diverse wetenschappers beweren dat het essay onvolledig is en dat Plutarchus nog veel meer over het onderwerp had willen/moeten zeggen. Maar wat dan? Hij heeft aangetoond dat vanaf de primitiefste mens de ouderliefde is aangeboren, dat die de basis vormt voor de opbouw van de hele maatschappij. Caput 4 is afgesloten met een krachtige zin en in c.5 laat hij tenslotte nog zien dat ook bij normafwijkend gedrag de ouderliefde nog een rol speelt! Dat armen hun kinderen te vondeling leggen en niet op willen voeden is namelijk ook een bewijs van hun ouderliefde, omdat zij voor hun kinderen een betere toekomst wensen! Er is dan ook geen aanleiding om van een onvolledig werk te spreken. Het formaat is uitstekend geschikt om als lezing te dienen of als een college filosofie, gericht tegen Cyrenaici, Cynici, Stoici en Epicuristen, tegenover wie Plutarchus zijn Voorzienigheidsleer zet.

  Troostbrief aan zijn vrouw
Deze brief die door Plutarchus geschreven zou zijn toen hij tijdens zijn verblijf in Tanagra (zie kaartje) over de dood van zijn tweejarige dochter Tim oxena hoorde, roept, hoe indrukwekkend de inhoud ook is, toch enige vragen op.
Tanagra ligt ca. 70 km. van Chaironeia. De vraag rijs, waarom Plutarchus niet spoorslags naar zijn vrouw is vertrokken om de begrafenis nog mee te kunnen maken. De afstand moet toch in twee dagen te overbruggen zijn. Ook de vermelding van een kleindochter, die opa Plutarchus van het overlijden op de hoogte gebracht zou hebben, is vreemd. De zoon van Plutarchus, van wie dit de dochter zou zijn, zou dan ook al ruim in de dertig moeten zijn, hetgeen een zwangerschap van Plutarchus' vrouw Timoxena rond haar vijftigste jaar veronderstelt.
Wat is nu de aard van deze brief? De inhoud is te gemaakt, te filosofisch en te veel standaard dan dat de brief in een opwelling direct na de dood van zijn dochtertje geschreven kan zijn. De geringe afstand tussen Tanagra en Chaironeia maakt het schrijven van zo'n brief ook onzinnig. Hij spreekt over: 'mensen,

Figuur Detailkaart Boiotië

die bij jou geweest zijn', hetgeen een grote tijdspanne suggereert tussen de begrafenisceremonie en de brief. Meerdere malen geeft Plutarchus toe dat zijn opmerkingen eigenlijk niet voor zijn vrouw bedoeld zijn, omdat zij het allemaal wel weet, al eerder heeft meegemaakt en een voorbeeld van eenvoud is. Plutarchus maakt melding van een intiem detail: een ontsteking aan de tepel. Zou hij daar werkelijk zo openlijk over gesproken hebben of was de brief niet voor publicatie bestemd? Maar de literair-filosofische inhoud doet de bedoeling van publicatie wel vermoeden. Waartoe dient anders een citaat als in c.3 over K lymene? Hij denkt toch niet werkelijk dat de herinnering aan Timoxena zal verdwijnen? Ook het gebruik van een standaard troostformule zoals in c.9 over het misgelopen huwelijk van de tweejarige Timoxena is in een emotionele brief bij de dood van je dochter toch irreëel!
Voor wie is het geschrift dan bedoeld? Een paar mogelijkheden doen zich voor: het is bedoeld als bijdrage aan een literaire traditie of het is een voorbeeld van een troostbrief voor zijn studenten. Er was een uitgebreide literaire traditie in het troostbrievengenre, die begint met de lijkrede van Perikles, uitgewerkt is door de Academicus Krantor en toegepast is door o.a. Seneca in zijn troostbrieven aan Marcia en Polybius.
Het kan ook een later door een leerling of bewonderaar van Plutarchus in zijn stijl geschreven eerbetoon zijn. De stijl is beslist die van Plutarchus: veel vergelijkingen, participiumconstructies, ingewikkelde zinsstructuren en citaten. Soms is de structuur nog ingewikkelder dan we van Plutarchus gewend zijn. De Lacy suggereert, dat het hier een schets van Plutarchus betreft die na zijn dood gevonden en door zijn literaire erfgenamen uitgegeven zou zijn. Dit is wellicht de meest aannemelijk interpretatie, daar een schets van Plutarchus in combinatie met toevoegingen van de uitgever, zoals de intieme details (om de zaak echt te laten lijken) en de standaardformules zowel de stijl als de vermelde problemen kunnen verklaren.
Wanneer we aannemen dat de brief in een of andere vorm toch het werk van Plutarchus is, dan biedt hij een fraai inzicht in de relatie tussen Plutarchus en zijn vrouw. Hij hield van haar en respecteerde haar zeer om haar FTND@Fb<0 (inzicht en zelfbeheersing). Voorbeelden uit de tekst maken dat duidelijk:
Het ligt niet in haar lijn om overdreven te doen en aan bijgelovigheid toe te geven (c.1). Zij was zo dol op haar dochtertje na het krijgen van vier zonen (c.2). Zij draagt geen rouw, ziet er goed verzorgd en eenvoudig uit (c.4). Er komen bij hen geen ruzies voor over mateloos en onredelijk handelen. Zij kent eenvoud, stabiliteit, kalmte, discipline en sereniteit. Zij gaf borstvoeding, hetgeen Plutarchus op meerdere plaatsen in zijn werk voorschrijft (c.5)! Zij hebben samen zo veel plezier beleefd aan het kind en hun gezamenlijke 'levensboek' is op dit vlekje na zo helder wit (c.8)! Zij is op de hoogte van de filosofische stromingen Stoa, Epicurisme en natuurlijk het Platonisme en wordt benijd om haar huis, kinderen etc (c.9). Zij zijn samen in de Dionysoscultus ingewijd en geloven samen in een leven na de dood (c.10). Zij is integer, zuiver en beheerst (c.11).
De tegenslagen van het leven worden, zo blijkt dus, door het echtpaar gezamenlijk met steun van hun filosofie, hun kinderen, familie en vrienden overwonnen.

  Troostbrief voor Apollonios

Door vele geleerden is deze schitterende troostbrief als onecht bestempeld. Christ-Schmidt twijfelt op grond van het voorkomen van zeer lange citaten, de oppervlakkige behandeling van de stof en het gebruik van hiaten aan de echtheid. Ziegler (RE) merkt op, dat het werk 'improviserend in der haast op weg naar huis geschreven zal zijn'.
J.Hani voert daartegen aan dat de citaten weliswaar lang, maar zeer waardevol zijn en dat het taalgebruik zeer Plutarchisch is. Als er hiaten zijn geconstateerd, dan zou dat inderdaad kunnen duiden op een haastig opgezette schets, die Plutarchus niet meer heeft kunnen nalopen om hiaten en herhalingen van woorden en gedachten nog te schrappen. Wellicht stond de bode op het punt naar Apollonios te vertrekken. Een andere suggestie van Hani dat het hier een jeugdwerk betreft lijkt mij onzinnig gezien de aard en rijkdom van gedachten en de vele zinvolle citaten. Over Apollonios en zijn gestorven zoon is helaas verder niets bekend, zodat sommigen veronderstellen dat het fictieve namen zijn en deze consolatio een schooloefening! Inderdaad zijn er in de gedachten vele standaard troostformules te vinden, zoals ook het geval is bij de Troostbrief aan zijn vrouw en bij Cicero en Seneca (zie inleiding hierboven).Hoewel studenten (dus ook Plutarchus) het genre op college leerden, kan alleen een mens met ruime levenservaring een dergelijk werk schrijven. Sommige citaten zijn zo goed overgeleverd dat de tekst van Plutarchus door uitgevers van bijvoorbeeld Euripides als de juiste wordt geaccepteerd (Euripides: Smekelingen 110-1112)
In elk geval zijn de gedachten die ontleend zijn aan het Platonisme niet standaard. Zoals steeds vindt Plutarchus in het werk van Plato, in casu de Apologie van Sokrates, een inspiratiebron. De dood kan volgens Sokrates zijn: een eeuwige slaap (c.12), een reis naar een andere betere wereld en een scheiding van lichaam en geest (c.13) of een volledige ontbinding die tot gevoel-loosheid leidt (c.15). In c. 36 komt een uitgebreide passage uit de Gorgias van Plato voor, waarin de mythe over de berechting van de doden behandeld wordt.


  De liefde tussen broers en zusters

De Griekse titel van het essay luidt: A,DÂ  N48",8N\"H. Het achtervoegsel '",8N\"' kan zowel op broers als zussen slaan. Het grootse gedeelte van dit essay betreft de verhouding tussen broers. Maar aangezien er in c.18 sprake is van de verhouding Poseidon - Athene en in c.21 van de verhouding Leukothea - Semele is het duidelijk dat Plutarchus zowel zusters als broers op het oog heeft gehad.
De namen Quietus en Nigrinus aan wie het werk is opgedragen zijn die van twee vrienden van Plutarchus, de Romeinse broers C.Avidius Nigrinus en T.Avidius Quietus. In Tafelgesprekken zegt Plutarchus, dat Quietus een uitstekende proconsul in Achaia is geweest (in 92/93 n. C.). Plutarchus was zo goed bevriend met hem dat hij hem ook zijn essay De trage straffen van de Goden opdroeg.
Plutarchus kon goed met zijn broers opschieten, in het bijzonder met Timon, zodat hij in hun relatie een voorbeeld zag voor andere families waar haat en nijd eerder regel dan uitzondering waren en zijn. Plutarchus strooit in dit essay weer kwistig met citaten (vooral van Euripides en Homerus), anekdotes, voorbeelden, mythologische verhalen, psychologische en pedagogische opmerkingen en eigen ervaringen, die de logische gedachtengang soms onderbreken.
Plato neemt ook in dit werk een belangrijke plaats in. Door zijn broers Glaukon en Adeimantos in zijn Politeia en Parmenides te introduceren gaf hij Plutarchus het voorbeeld om zijn broers Timon en Lamprias in zijn geschriften op te laten treden. Ook de uitgebreide waardering die Plutarchus in c.21 uitspreekt ten aanzien van de oom - neef (en tante - nicht) relatie vormt indirect een hommage aan zijn broers.
Het stuk eindigt met een verwijzing naar grootse voorbeelden uit de mythologie: de relatie Herakles - Ifikrates en Semele - Ino (= Leukothea), van wie de laatsten de basis zouden hebben gelegd voor het in Rome toen gebruikelijke zusterfeest, de Matronalia.
Plutarchus zal dit werk vrij laat geschreven hebben, 'want het is juist de verlichte en milde wijsheid van de grijsaard, die hij was geworden, die in dit zo aantrekkelijke werk te voorschijn komt.' (Dumortier)

  Kwaliteiten van vrouwen

Deze fraaie verzameling vrouwenverhalen is door Plutarchus aan zijn collega Klea gestuurd naar aanleiding van het overlijden van haar zuster Leontis. De bedoeling van Plutarchus was om aan te tonen dat de goede eigenschappen van mannen en vrouwen één en dezelfde zijn. Het boekwerk was ongetwijfeld bedoeld om gepubliceerd te worden, zodat het in de gehele Romeinse wereld gelezen kon worden. Er zijn namelijk ook enkele voorbeelden van Romeinse vrouwen vermeld. Volgens Hartman is het duidelijk dat Plutarchus Vergilius niet gelezen heeft, aangezien hij het in de Aeneïs vertelde verhaal van de Trojaanse vrouwen, die op Sicilië de schepen verbranden, vertelt zonder de details, de goddelijke ingreep van Iuno en Iris en de reactie van Aeneas, die bij Vergilius te lezen zijn, te noemen. Volgens Plutarchus waren de Trojanen al aan de monding van de Tiber. Het was echter niet de bedoeling van Plutarchus, die dat ook in zijn inleiding duidelijk aangeeft, om overbekende verhalen die Klea al uit de literatuur kent na te vertellen, 'tenzij er waardevolle zaken aan de aandacht van de schrijver zijn ontsnapt!' Dat is hier exact het geval: het Romeinse kusritueel wordt in dit verhaal verklaard, hetgeen Vergilius niet had gedaan! Er zullen meerdere lezingen van het verhaal van de brand bestaan hebben, zodat het niet nodig is bij Plutarchus onbekendheid met deze belangrijke Latijnse auteur te veronderstellen.
Ook hier blijkt Plutarchus' bewondering voor de vrijmoedigheid, moed en zelfopoffering van geëmancipeerde vrouwen, die hij op één lijn stelt met de helden van het mannelijke geslacht.

  Uitspraken van Spartaanse vrouwen

Deze verzameling uitspraken is in dit deel opgenomen, aangezien in een werk over Plutarchus' vrouwengeschriften de Spartaanse vrouwen niet mogen ontbreken. Plutarchus had een groot respect voor de zeden, wetten en gewoonten van de Spartanen. De wetgever Lycurgus heeft hij met een levensbeschrijving geëerd en talloze malen elders geciteerd. Oude Gewoontes van de Spartanen en Uitspraken van Spartanen (deel IV) vormen met het onderhavige geschrift de drie werken in de Moralia die aan Spartanen zijn gewijd.
Ook hier zijn het weer de vrijmoedigheid, openheid en het geëmancipeerde karakter van de vrouwen die Plutarchus aanspreken. Hun FTND@Fb<0 en consequente logica zijn ook de eigenschappen die hij in zijn vrouw Timoxena waardeert en aan de bruiden adviseert in zijn Huwelijksadviezen.
Dat Plutarchus de schrijver van deze verzameling is wordt door niemand betwijfeld. In Moralia 457 D schrijft Plutarchus: 'Daarom probeer ik altijd dit soort uitspraken te verzamelen en te herlezen, niet alleen die van filosofen, van wie mensen die geen hersens hebben beweren dat ze geen ballen hebben, maar meer nog die van koningen en tirannen.' En in 464 F: 'Aangezien mij de benodigde tijd ontbrak om aan jouw wensen tegemoet te komen en ik het ook niet kon verdragen dat jij de man met volslagen lege handen thuis zou zien komen, heb ik uit mijn aantekeningen, die ik voor mezelf gemaakt heb, wat uitspraken verzameld met als onderwerp "gemoedsrust".' Plutarchus had dus de gewoonte om zogenaamde ßB@:<Z:"J" aan te leggen over allerlei onderwerpen, verhalen en uitspraken. Daarom hebben wij nog grote verzamelingen verhalen en uitspraken over, waarvan een groot gedeelte in deel IV van deze serie zal worden opgenomen.

  Seksueel geweld

Een van de hierboven genoemde verzamelingen is deze verzameling onder de Griekse titel z+DTJ46"Â 40(ZF,4H (= Verhalen van hartstocht). Aangezien deze vlag de lading niet dekt - alle verhalen lopen namelijk uit op schaking, verkrachting en geweld - heb ik de titel aangepast.
Indien er ergens sprake is van een niet door Plutarchus geschreven tekst, dan zou men deze serie verhalen kunnen noemen. Daarvoor kunnen als argumenten worden aangevoerd dat er geen vergelijkingen en citaten in voorkomen, de zinnen eenledig en kort zijn en de stijl van vertellen simpel is.
Daartegen kan worden ingebracht, dat de verhalen wel goed aansluiten bij de thematiek van Gesprek over liefde met name wat betreft het soms gewelddadige karakter van de homoseksuele relatie. Het door de dialoog heen geweven verhaal over Ismenodora en Bakchon is er in wezen een van schaking, zoals ook in deze serie te lezen valt. De verteltrant is min of meer identiek aan die van Kwaliteiten van vrouwen, waarvan de authenticiteit niet betwijfeld wordt. Opvallend is ook dat achter elk verhaal een moraal steekt: de dader straft zichzelf of wordt vroeg of laat gepakt, mogelijk zelfs in een latere generatie! Dit sluit weer goed aan bij het essay De trage straffen van de goden (deel V), waar juist de bestraffing die pas generaties later volgt centraal staat.
De afwijkende stijl van de verhalen is dan te verklaren door de veronderstelling dat Plutarchus ze nog niet voor publicatie had bewerkt en verfraaid, zodat ze in rudimentaire vorm in zijn "aantekeningenboekje" waren opgenomen met de bedoeling ze ooit in een of ander essay in te voegen.