bestelpagina
  EERSTE BEDRIJF  

Medea:
Vrouwen van Korinthe, hier ben ik zelf. Dan heeft U mij niets te verwijten. Ik weet dat je vaak als arrogant wordt beschouwd, als je je wat gereserveerd opstelt, zowel binnen als buiten het openbare leven. Wie zich niet op de voorgrond plaatst, krijgt een etiket van onverschilligheid opgeplakt. Redelijkheid is namelijk ver te zoeken in de oppervlakkige breinen van mensen. Voordat ze het karakter van iemand dieper doorgrond hebben, staan ze al met hun vooroordelen klaar. Ze oordelen op het eerste gezicht, dus onrechtvaardig! Vooral een vreemdeling moet op zijn hoede zijn voor de afkeuring van het publiek, maar ook een burger die in zelfgenoegzaamheid en onbegrip zijn medeburgers kwetst vindt bij mij geen waardering.
Wat mij betreft: mijn hart is door een volstrekt onverwachte gebeurtenis gebroken. Ik ben op, ik heb de lust om te leven verloren. Ik wil het liefst maar dood zijn, lieve mensen. De man die alles voor mij was _ ik besef het nu maar al te goed_, mijn eigen man, is van het allerlaagst allooi gebleken.
Van al wat leeft en hersens heeft, verkeren wij, vrouwen, wel in de zwakste positie. Ten eerste moeten wij met een enorme bruidsschat een man inpalmen die vervolgens de baas wordt over ons eigen lijf. Dit laatste is wel het ergste van al. Het grootste risico ligt dan ook daar, of de man goed of slecht is. Scheiden? Nee, dat brengt een vrouw alleen maar schande. Je man de deur uit zetten is voor ons niet mogelijk, vice versa wel! En als je dan de stap gezet hebt, je nieuwe huis met wat daar reilt en zeilt bewoont, dan moet je bijna helderziende zijn, wanneer je het niet van huis uit meekreeg, om te weten hoe je met je echtgenoot om moet gaan. Als je dan heel goed je best doet, zodat je man zonder tegenzin het leven met je deelt, dan ben je werkelijk te benijden. Zo niet, dan kun je beter doodgaan.
Als een man zich daarentegen ergert aan de mensen thuis, dan kan hij weggaan naar een vriend of zo om daar zijn hart te luchten. Ons hele leven is gedwongen op één persoon gericht.
"Ja," zeggen ze dan,"maar jullie leven onbekommerd thuis, terwijl wij voor jullie moeten vechten." Ha, wat dom gedacht. Ik zou wel liever drie keer een veldslag dan één bevalling willen meemaken.
Maar goed, ik merk: wij spreken niet dezelfde taal, u en ik. U heeft een stad hier, een ouderlijk huis, een plezierig leven met vrienden en familie, terwijl ik zonder steun van familie het gedrag van die man moet tolereren, zonder enige mogelijkheid om bij moeder, broer of zus mijn heil te zoeken, weggerukt als ik ben uit een ver vreemd land.
Eén gunst zou ik echter aan u willen vragen: als ik een mogelijkheid zie om wraak te nemen op mijn man voor deze verschrikkelijke toestand, zwijgt u dan! Een vrouw mag dan in veel opzichten een bangelijk wezen zijn, laf zelfs als het op geweld aankomt: wanneer haar huwelijk in het geding is en men haar onrecht doet, is er geen wezen bloeddorstiger dan zij!
Koor:
Dat is goed, Medea, uw wraakgevoelens zijn inderdaad terecht. Uw verdriet en woede begrijp ik best.
(Kreon op)
Maar daar zie ik koning Kreon komen, die vast iets nieuws te melden heeft.
Kreon:
Daar ben je dus, Medea, woedend wrokkend als altijd. Ik eis dat je dit land onmiddellijk verlaat, tezamen met je beide kinderen. Op de naleving van dit bevel zal ik persoonlijk toezien; ik ga niet eerder terug naar het paleis, voordat ik jou persoonlijk over de grens heb gezet.
Medea:
Oh god, nu ben ik verloren, nu is het uit. De vijand zet nu werkelijk alle zeilen bij, zodat een veilige haven niet meer te bereiken is.
Ondanks de situatie, Kreon, vraag ik u: waarom? Wat is de drijfveer achter dit besluit?