ODYSSEE boek 23

DE HERKENNING DOOR PENELOPE

Opgewonden klom 't oudje omhoog naar de bovenverdieping,
waar zij mevrouw zou gaan melden dat haar echtgenoot thuis was.
Haastig bewoog ze haar knieën, maar struikelde over haar voeten.
Daarna bleef zij staan bij haar hoofdeind en sprak deze woorden:
"Wakker worden, Penelope meisje, dan kun je met eigen
ogen datgene zien wat je al die dagen verlangd hebt!
Hij, Odysseus, is terug, is weer thuis, al is het wat laat, en
heeft die arrogante vrijers gedood, die zijn huis
beroofden, zijn goederen opmaakten én ook zijn zoon wilden doden!"
Haar gaf toen de wijze Penelope 't volgende antwoord:
"Moedertje toch, de goden hebben je gek gemaakt, want die
hebben de macht zelfs een heel wijs man in een dwaas om te zetten,
óf een onnozele hals tot een toonbeeld van wijsheid te maken.
Zij hebben jou nu te pakken, terwijl je daarvóór in balans was.
Waarom steek je de draak met mij die zóveel verdriet heb?
Waarom wek je me ook uit een heerlijke slaap die mijn ogen
toedeed en dichthield, alleen om mij deze onzin te melden?!
Weet je, ik heb nog geen nacht zó lekker geslapen, nadat
Odysseus vertrok om dat onheils-Ilion op te gaan zoeken.
Kom schiet op! Ga weg nu, keer terug naar de zaal, want als iemand
anders van 't vrouwelijke huispersoneel, dat ik heb, mij met deze
melding was komen vervelen en mij uit mijn slaap had gehaald, dan
had ik haar dadelijk een harde tik gegeven alvorens
haar naar haar kamer te sturen. Jouw leeftijd komt je van pas nu!"
Toen gaf haar voedster Eurykleia haar het volgende antwoord:
"Nee, ik steek echt niet de draak met jou, lieve meid. Het is waar!
Odysseus is terug, is weer thuis, zoals ik al zei. 't Is die gast, voor
wie ze in huis hier allemaal minachting hadden. Je zoon,
Telemachos, wist het allang dat hij binnen in huis was maar wist met
zelfbeheersing zijn vaders plannen verborgen te houden,
tot hij 't geweld van die arrogante kerels bestraft had."
Daarop schoot haar gemoed vol vreugde, ze sprong uit haar bed,
omhelsde het oudje en kon de tranen niet langer bedwingen.
Daarop nam ze het woord en zei de gevleugelde woorden:
"Kom vertel me, moedertje lief, eens naar waarheid, wanneer hij
echt naar huis is teruggekomen zoals je verteld hebt,
hoe hij die schaamteloze figuren geheel in zijn eentje
af heeft gemaakt. Zij verbleven hier als groep bij elkaar, toch?"
Toen gaf haar voedster Eurykleia haar het volgende antwoord:
"Dat heb ik zelf niet gezien of vernomen, maar 'k hoorde alleen
gegil van mensen die afgemaakt werden. Wij zaten daar bang in
't achterste deel van de stevige kamers, de deuren op slot,
totdat jouw zoon Telemachos mij dus de kamer uit riep,
omdat zijn vader hem had gezegd om mij op te gaan halen.
Daar trof ik hem, Odysseus, toen aan temidden van al die
lijken. Ze lagen óm hem heen, op elkaar, op de aange-
stampte vloer. 't Had je goed gedaan als je hem had gezien,
besmeurd als hij was met bloed en viezigheid, net als een leeuw. Zij
liggen nu allemaal ginds bij de binnenplaatspoort op een stapel.
Hij is nu bezig het prachtige huis te ontsmetten met zwavel,
na een groot vuur aangestoken te hebben, en vroeg me jou op te
halen. Vooruit, ga nu mee, zodat jullie beiden weer vreugde
kunnen beleven samen na alle doorstane ellende!
Eindelijk is je lang gekoesterde wens nu vervuld. Hij
is er, levend en wel! Hij is thuis en trof er zijn zoon en
jou in goede gezondheid. Die vrijers, die hem dus veel kwaad
gedaan hebben, heeft hij in eigen huis allemaal laten boeten!"
Haar gaf toen de wijze Penelope 't volgende antwoord:
"Moedertje, 't is nog te vroeg om luid in triomf te gaan juichen.
Heus, je weet hoe gewenst zijn thuiskomst voor allen zou zijn, met
name voor mij en mijn zoon, die wij samen ter wereld brachten.
Nee, dit verhaal kan niet waar zijn, zoals jij verteld hebt.
't Is vast één van de goden die deze vrijers gedood heeft,
kwaad als hij was op hun kwalijke acties en grievende woorden;
want ze hadden geen greintje respect voor iemand op aarde,
wie ook maar contact met hen had, of hij goed was of slecht. Dus
zijn ze nu wegens hun wangedrag afgestraft, maar Odysseus
is al ver weg gestorven en komt nooit meer terug naar Achaïs."
Toen gaf haar voedster Eurykleia haar het volgende antwoord:
"Lieve meid, wat voor woorden ontsnapten de haag van je tanden?!
Luister, je man zit hier bij de haard en jij zegt dat hij nooit meer
thuis zal komen! Werkelijk waar, je bent altijd wantrouwig!
Goed, dan vertel ik je nog een bewijs waaraan niet valt te tornen.
Ken je het litteken nog dat hem toe was gebracht door een zwijnen-
tand ooit? Dat voelde ik toen ik hem waste! Ik wilde het jou toen
zelf gaan melden. Hij snoerde mij echter de mond met zijn hand en
gaf met vooruitziende blik me geen toestemming jou dit te melden.
Toe, kom nou mee! Ik zet er mijn eigen leven voor in,
zodat je mij gruwlijk mag doden als blijkt dat ik jou heb bedrogen!"
Haar gaf toen de wijze Penelope 't volgende antwoord:
"Moedertje luister, 't is lastig de plannen van eeuwige goden
goed te interpreteren, al ben je ook nog zo verstandig.
Laten we toch maar mijn zoon opzoeken, zodat ik met eigen
ogen kan zien dat de vrijers dood zijn en wie hen gedood heeft."

De confrontatie
Daarop nam ze de trap naar beneden. Ze twijfelde zeer van
binnen, of ze haar man op een afstandje moest ondervragen,
óf naar hem toe gaan, zijn hoofd en handen pakken en kussen.
Toen zij dus binnen was en de drempel over gestapt was,
nam zij dus tegenover Odysseus plaats in de gloed van
't vuur bij de andere muur. Hij zat, met zijn blik op de grond
gericht, bij een hoge steunpaal en wachtte af, of zijn sterke
vrouw iets tegen hem zeggen zou, nu ze hem eenmaal gezien had.
Zij bleef daar echter lang zitten zwijgen, ten prooi aan verwarring.
Soms, als ze zijn gezicht bestudeerde, herkende ze wél iets,
dan weer zag ze niets in die man in zijn vunzige vodden.
Daarop uitte Telemachos stevig kritiek met de woorden:
"Moeder, nee slechte moeder, jij met je ijzige hart!
Waarom houd je vader zo ver op een afstand en ga je niet naast hem
zitten, om hem in een goed gesprek van alles te vragen?
Echt waar, geen andere vrouw zou zó lijdzaam ver van haar man af
blijven, die eindelijk dus in het twintigste jaar en na veel
ellende terug bij haar is en zijn vaderland weer heeft bereikt! Maar
nee, jouw hart is harder dan steen en dat was al altijd zo."
Hem gaf toen de wijze Penelope 't volgende antwoord:
"Lieve jongen, mijn hart is van binnen één grote verwarring.
Echt, ik krijg geen woord uit mijn mond, geen vraag kan ik stellen,
noch hem recht in de ogen kijken. Maar als hij dus echt
Odysseus is die naar huis is gekomen, dan zullen wij heus
elkaar wel herkennen, beter dan wie ook, omdat wij bepaalde
tekens hebben die wij alleen kennen en niemand kan weten!"
Daarop glimlachte hij, de beproefde, goede Odysseus.
Snel sprak hij toen tot Telemachos deze gevleugelde woorden:
"Laat je moeder haar gang gaan, Telemachos, laat zij me testen
hier in huis. Dan zal zij het snel veel zekerder weten.
't Is dat ik nu zo vies ben en vunzige kleren draag: dáárom
schat ze me niet goed in en gelooft nog niet dat ik het echt ben.
Wij moeten echter bedenken hoe dit het beste hier afloopt.
Ga maar na: als iemand één man heeft gedood in het volk, die
niet op veel helpende wrekers kan rekenen later, dan moet hij
alle verwanten en vaderland achterlaten en vluchten.
Wij hebben echter de jonge stadselite vermoord,
afkomstig uit Ithaka's adel. Daar moet je nu iets op bedenken!"
Tot hem sprak toen Telemachos deze verstandige woorden:
"Kijk daar zelf maar naar, lieve vader. Ze zeggen dat uw
verstand toch het beste is van de mensheid en dat onder alle
mensen er niemand anders is die met u kan concurreren!
Wij gaan dan enthousiast met u mee en ik denk dat er geen
gebrek aan krachten zal zijn, voor zover wij daartoe dan in staat zijn."
Hem ten antwoord sprak toen de vindingrijke Odysseus:
"Goed, dan zal ik je zeggen hoe we het beste te werk gaan.
Eerst gaan jullie in bad dus en trekken fatsoenlijke kleren
aan! Zeg de meisjes in huis zich netjes te kleden. Dan moet de
goddelijke zanger met helder klinkende lier ons voorzien van
vrolijke dansmuziek, waar iedereen dus goed op kan dansen.
Want als de menen dat horen buiten, iemand die langsloopt
of in de buurt woont, dan denken ze mogelijk dat er een bruiloft
is. Het gerucht van de moord op de trouwkandidaten mag echt niet
eerder bekend worden hier in de stad, voordat wij naar ons landgoed,
rijk aan bomen, vertrokken zijn. Daar zullen wij dan bekijken
wat voor nuttig plan de Olympiër ons aan de hand doet."
Aldus sprak hij; zij luisterden goed en voerden zijn orders
uit. Dus ze gingen in bad eerst en trokken fatsoenlijke kleren
aan en de vrouwen maakten zich op. De goddelijke zanger
pakte zijn welvende citer en wekte bij hen toen de lust op
heel ontspannen en ritmisch te zingen, te klappen en dansen.
Heel dat grote gebouw weergalmde van voetengestamp van
mannen en vrouwen met prachtige jurkjes, die zich vermaakten.
Steeds als iemand van buiten het huis dat hoorde, sprak hij zo:
"Nou, onze zeer begeerde vorstin is zeker getrouwd met
één van die lui, die sloerie die niet het geduld had nog langer
't grote huis van haar man te beschermen, totdat hij weer terug was!"
Dat is wat menigeen zei, maar ze wisten niet wat er gebeurd was.

De herkenning
Zelf werd de grote held Odysseus in bad gedaan, flink met
olie ingesmeerd en voorzien van een prachtige jas en
hemd door Eurynome, hoofd van de huishouding, daar in zijn huis.
Daarna ging Athene met schoonheid strooien, zodat hij er groter
én tevens steviger uitzag, waarbij zij zijn hoofdhaar voorzag van
wollige krullen, zoals hyacinthenbloemen die hebben.
Net als wanneer een deskundige smid een laag goud giet om zilver,
die door Hefaistos en Pallas Athene in vele technieken
opgeleid is - en daardoor produceert hij echt prachtige dingen -
zó goot zij een laag schoonheid over zijn schouders en hoofd uit.
Zo stapte hij dus het bad uit, qua lichaam gelijk aan de goden,
nam dus weer plaats op dezelfde stoel waar hij net had gezeten,
recht tegenover zijn vrouw, en sprak tot haar deze woorden:
"Wat reageer je toch vreemd! De Olympische-hemelbewoners
hebben jou hard gemaakt méér dan welke vrouw ook ter wereld.
Echt waar, geen andere vrouw zou zó lijdzaam ver van haar man af
blijven, die eindelijk dus in het twintigste jaar en na veel
ellende terug bij haar is en zijn vaderland weer heeft bereikt! Dus
moedertje, kom! Maak voor mij maar een bed op, zodat ik daar zelf
alleen kan gaan slapen, want echt, háár hart is van binnen van ijzer!"
Hem gaf toen de wijze Penelope 't volgende antwoord:
"Wat reageer jíj vreemd! Ik ben echt niet verwaand of hooghartig.
ook ben ik niet erg verbaasd: ik weet nog heel goed hoe je was, toen
jij op je schip met zijn lange riemen van Ithaka wegvoer!
Goed dan, Eurykleia, maak voor hem maar buiten de fraaie
slaapkamer 't stevig getimmerde bed dat hij zelf heeft gemaakt op!
Meisjes, ja zet het zware bed op de gang en voorzie het
daar voor die man van vachten, dekens en glanzende lakens!"
Dit was bedoeld om haar man dus te testen. Odysseus werd woedend
echter en sprak tot zijn zorgzame echtgenote de woorden:
"Nou vrouw, da's echt een pijnlijke boodschap die je me gaf! Wie
heeft dat bed in godsnaam verplaatst? 't Is een lastig karwei, al
zou hij een vakman zijn, tenzij er een god is geweest die,
als hij dat wil, het bed simpel naar elders zou kunnen verplaatsen!
Maar er bestaat geen levende sterveling die, ook al is hij
sterk, dat eventjes los kan wrikken. Er zit namelijk één
belangrijk kenmerk in, dat ik zelf en geen ander er aanbracht.
Binnen de muur stond een stam van een wilde olijf met zijn spitse
blaadjes, een bloeiend en sterk exemplaar, zo dik als een stutpaal.
Daaromheen heb ik toen de kamer gebouwd tot hij klaar was,
steen voor steen, en hem toen van boven voorzien van een dak. Ik
zette er daarna paneeldeuren in met een sterke constructie.
Toen pas hakte ik de bladerkruin weg van die boom en
sneed de tronk bij de wortels los, waarna ik hem goed en
kundig met hulp van een paslood en vuistbijl gladschaafde. Die
gebruikte ik daarop als bedsteun en boorde er allemaal gaten
in. Toen begon ik daaraan een bed vast te timmeren, dat ik
daarna met goud, ivoor en zilver af heb gewerkt.
Vervolgens spande ik riemen van runderleer, glanzend van purper.
Zo, dat is dus het kenmerk dat ik bedoelde. Ik weet
natuurlijk niet, vrouw, of 't bed daar nog is of dat iemand
soms de olijftronk weg heeft gezaagd en het elders gezet heeft."
Aldus sprak hij en dadelijk werden haar knieën en hart week,
nu zij de tekens herkende die hij haar exact had beschreven.
Daarop liep ze, de ogen vol tranen, recht op hem af. Ze
pakte zijn nek met haar handen, kuste zijn hoofd en toen zei ze:
"Wees alsjeblieft niet boos meer, Odysseus, omdat jij toch altijd
al de wijste van ieder was. 't Leed was afkomstig van goden,
die het ons beiden niet gunden om samen te zijn tijdens onze
jeugd en de ouderdomsdrempel ook met elkaar te bereiken.
Wees dus niet boos op mij, alsjeblieft, en neem me niet kwalijk
dat ik je niet, zodra ik je zag, direct heb omhelsd. Ik
werd immers altijd van binnen gekweld door de angst dat er mogelijk
een of andere vent mij met leugens zou komen bedriegen.
Weet je, er zijn veel lieden belust op kwalijke winsten.
Ook Helena van Argos, dochter van Zeus, zou dus nooit het
liefdesbed met een vreemde kerel gedeeld hebben, als zij
wist dat op oorlog beluste Achaiers van plan waren haar weer
terug te brengen naar huis naar haar eigen vaderland. Zij was
kennelijk aangezet door een god om zo'n wandaad te plegen.
Vóór die tijd viel zij nooit ten prooi aan dit soort verdwazing,
pijnlijk voor allen, waardoor ook wij voor het eerst moesten lijden.
Nu jij echter duidelijk alle kenmerken opge-
somd hebt aangaande ons bed, dat verder geen mens ooit gezien heeft
uitgezonderd wij twee en één enkel meisje, Aktoris,
die ik, toen ik hier introk, van vader mee had gekregen,
- weet je nog?- zij die voor ons bij de deur van de slaapkamer wacht hield,
is mijn hart, dat toch erg ongevoelig is, echt overtuigd nu."
Aldus sprak zij en wekte bij hem nog extra de lust op tot snikken.
Huilend hield hij zijn dierbare, zorgzame vrouw in zijn armen.
Net zoals zwemmers op zee heel blij zijn met land dat in zicht is,
mensen wier fraaigebouwd schip door de wind en onstuimige golven
voortgejaagd is en dan door Poseidon kapot is geslagen -
weinigen weten de grijze zee te ontkomen en zwemmend
land te bereiken; hun huid is bedekt met een dikke laag zout, maar
zielsgelukkig gaan ze aan land, nu ze vrij zijn van rampspoed -
net zo gelukkig was zij haar eigen man weer te zien en
wilde haar blanke armen beslist nog niet van zijn nek doen.
Tijdens hun tranendal zou Eos met vingers van rozen verschenen
zijn, als de godheid, Uiloog Athene, niets anders verzonnen
had, door de nacht op het laatst wat langer te maken en Eos'
gouden troon bij Okeanos tegen te houden. Zij stond niet
toe het snelle span veulens, Schitter en Schijn, dat de mensen
licht bezorgt en Eos vervoert, voor de wagen te spannen.
Toen was het dus, dat de slimme Odysseus zijn vrouw aldus toesprak:
"Lieve vrouw, aangezien wij nog niet aan het eind van ons leed
gekomen zijn, maar mij hierna nog onmeetbaar grote problemen
wachten, die ik, hoe lastig ook, allemaal moet overwinnen -
zo heeft de geest van ziener Teiresias mij dat voorspeld die
dag, toen ik binnentrad in het huis van Hades om daar een
mogelijkheid voor de terugkeer van mij en mijn makkers te vinden -
kom dus nu mee naar bed, lieve vrouw, zodat we nu eindelijk
weer bij elkaar in ons bed in diepe slaap kunnen vallen."
Hem gaf toen de wijze Penelope 't volgende antwoord:
"Goed ja, het bed zal klaar staan voor jou, wanneer je er zin in
hebt, nu de goden het jou hebben toegestaan naar je fraai-
gebouwde huis en je vaderland terug te keren. Maar nu je
deze problemen zelf hebt genoemd en god je dat ingaf,
licht mij dan in alsjeblieft, aangezien ik er later toch ook van
horen zal, denk ik! Dan is het veel beter het nu al te weten."
Haar ten antwoord sprak toen de vindingrijke Odysseus:
"Wonderlijk wezen, waarom zet je mij nu weer zo onder druk om
dit te vertellen? Nou goed, ik zal het vertellen en niets
verhullen. Je zult er niet vrolijk van worden; dat ben ik zelf ook niet!
Want hij beval naar een heleboel steden van mensen te gaan met
in mijn handen een makkelijk hanteerbare roeiriem, totdat ik
mensen zou zien die niets van de zee afweten en voedsel
eten dat niet met zeezout vermengd is. Zij weten dus niets van
schepen met purperen wangen en helemaal niets ook van welge-
vormde riemen die voor schepen dienen als vleugels.
Hij gaf me echter dit duidelijk teken dat ik je zal zeggen:
als dus een andere reiziger, die ik ontmoette, zou zeggen dat ik een
dorsvlegel droeg op mijn krachtige schouder, dan moest ik,
zei hij, de roeiriem direct in de aarde steken, voor god
Poseidon prachtige offerdieren slachten, een ram, een
stier en een beer die zeugen bespringt, vervolgens naar huis
vertrekken en heilige hekatomben ter ere van alle
eeuwige goden brengen, aan ieder van hen die de wijde
hemel bewonen apart. Voor mijzelf zou de dood vanuit zee
verschijnen: een zeer zachte dood zou het zijn, in die zin dat hij mij zou
doden als ik in behaaglijke ouderdom zwak was geworden.
't Volk om me heen zou gelukkig zijn. Zó, zei hij, zou alles lopen."
Hem gaf toen de wijze Penelope 't volgende antwoord:
"Als de goden jou echt dus een betere ouderdom schenken,
is er dus hoop dat je straks van alle rampen bevrijd bent!"
Zo zaten zij met elkaar over dat soort zaken te praten.
Boven maakte de voedster met hulp van Eurynome toen hun
bed met zacht beddengoed op bij het licht van brandende fakkels.
Toen zij het stevig getimmerde bed met zorg hadden klaarge-
maakt, ging het oudje terug naar haar kamer om even te slapen.
't Kamermeisje Eurynome ging hun vóór toen de echte-
lieden naar bed wilden gaan en lichtte hen bij met een fakkel.
Toen ze hen dus bij de kamer gebracht had, ging zij weer weg. Met
vreugde liepen zij toen op de plek van het aloude bed af.
Elders stopten Telemachos én ook de koeien- en varkens-
hoeders met dansen en lieten de vrouwen ook stoppen. Ze gingen
zelf vervolgens naar bed, verspreid in de donkere kamers.
Toen zij beiden van 't heerlijke liefdesspel hadden genoten,
spraken zij lang met elkaar, doordat elk zijn verhalen vertelde:
zij, de stralende vrouw, wat zij thuis moest verdragen van al die
destructieve kerels, die vrijers, van wie ze moest aanzien
hoe ze vanwege háár veel beesten, koeien en sterke
schapen, slachtten en hoe er veel wijn uit de vaten getapt werd.
Hij, de bij Zeus geliefde Odysseus, vertelde precies
hoeveel ellende hij mensen bezorgd had en al wat hij zelf had
moeten doorstaan. Zij luisterde dus heel geboeid en haar ogen
vielen niet eerder dicht in slaap vóór hij alles verteld had.
Zo begon hij dus, hoe hij eerst de Kikonen verslagen
had en daarna in het vruchtbare land Lotofagië aankwam;
wat de Cycloop hun allemaal aandeed en hoe hij toen wraak voor
al die sterke matrozen nam die hij meedogenloos opge-
geten had; hoe hij bij Aiolos aankwam, die hem daar toen goed
onthaalde en hielp bij vertrek, en hoe, omdat het zijn lot niet
was al naar huis terug te keren, een storm hem weer meege-
sleurd had de visrijke zee op, wat luid gejammer teweegbracht;
hoe hij daarna in het Laistrygoonse Telepylos aankwam,
waar zijn geharnaste mannen en al zijn schepen ten onder
gingen: alleen het schip van Odysseus ontkwam aan de slachting!
Ook over Kirke's list en intelligentie vertelde
hij en hoe hij het schimmelig huis van Hades bezocht per
schip met talrijke dollen, om daar een geest om advies te
vragen, Teiresias, ziener van Thebe, en hoe hij daar al zijn
makkers zag en zijn moeder, die hem had gebaard en had grootge-
bracht, en hoe hij de eeuwig klinkende stem van Sirenen
had gehoord; bij de Zwerfrotsen aankwam, Charybdis en Scylla,
zó gevaarlijk dat mensen er nooit ongedeerd zijn ontkomen;
hoe zijn makkers de koeien van Helios slachtten en hoe de
dondergod Zeus zijn snelle boot met een rokerig bliksem-
vuur toen in brand stak en al zijn dappere makkers in één klap
stierven, terwijl hij zelf aan het akelig doodslot ontsnapte;
hoe hij op 't eiland Ogygia kwam, bij Kalypso de nimf, die
hem daar dus vasthield omdat zij hem graag als echtgenoot had, hem
goed in haar welvende grotten verzorgde en steeds maar beloofde
hem een onsterfelijke jeugd en een eeuwig leven te geven;
dat zij, jammer voor haar, zijn gevoelens nooit wist te winnen;
hoe hij na veel ontberingen aankwam bij de Faiaken,
die enorm veel ontzag voor hem hadden, als was hij een god, en
hem toen per schip naar zijn vaderland brachten, nadat ze hem brons en
goud in een grote massa, plus kleren, hadden geschonken.
Dit verhaal had hij dus als laatste verteld toen de zoete
slaap hem besprong, zijn zorgen verdreef en zijn lichaam ontspande.

Nieuwe activiteiten
Maar zij bedacht weer iets anders, Athene met blauwgroene ogen.
Toen zij dacht dat Odysseus genoeg had genoten van slaap en
't liefdesspel met zijn vrouw, wekte zij direct op haar gouden
troon de Dageraad op uit het bed van Okeanos, die zij
opdroeg de mensen het licht te gaan brengen. Odysseus stond op uit
't zachte bed en sprak tot zijn vrouw de gevleugelde woorden:
"Vrouw, wij zijn beiden nu al die ellende wel zat die wij leden,
jij die hier treurde vanwege de kommer en kwel van mijn terugkeer;
ik, die wel wilde, maar steeds door Zeus en andere goden
ver van mijn land met ramp op ramp werd tegengehouden.
Nu wij echter het vurig verlangde bed weer genoten
hebben, moet jij hier de spullen die ik bezit goed bewaken!
Wat alle dieren betreft die die trotse vrijers geplunderd
hebben, zal ik zelf een aantal gaan roven; het volk van Achaïs
zal mij de rest fourneren, totdat alle stallen weer vol zijn.
Luister, ik ga nu op weg naar mijn bosrijke landgoed om daar mijn
goede vader te zien, die om mij zo enorm veel verdriet heeft.
Jou echter, lieve, draag ik dít op, je begrijpt wel waarom - want
dadelijk als de zon op is gekomen zal 't nieuws van de vrijers
die ik in huis hier gedood heb zich alom verspreiden-: jij moet dus
samen met alle meisjes in huis naar de bovenverdieping
gaan, blijven zitten daar en niemand gaan zien of iets vragen!"
Daarop hing hij zijn prachtige wapentuig om zijn schouders,
wekte Telemachos plus de koeienherder en varkens-
boer en beval hun het oorlogstuig in hun handen te nemen.
Zij gehoorzaamden snel en hulden zich allen in brons. Ze
maakten de poorten los en vertrokken, Odysseus als eerste.
't Werd dus al licht op aarde, maar zij, Athene, omhulde
hen met nachtelijk duister en leidde hen haastig de stad uit.

-----